Keynotes

Keynotes

Klik op de datum voor meer informatie

Pleidooi voor een onderwijskundige visie op gepersonaliseerd leren

Prof. dr. Monique Volman, Hoogleraar Onderwijskunde (Universiteit van Amsterdam)

WOENSDAG 13 JUNI 2018| 13:00-14:45 uur/opening (GR 0.100)

De laatste tijd melden disciplines als neuropsychologie en data science zich met voorstellen om het onderwijs te verbeteren. Hun oplossingen betreffen vooral mogelijkheden om het leren te ‘personaliseren’. Het aantrekkelijke van deze disciplines is dat ze inzicht bieden in fenomenen die we met het blote oog niet kunnen zien. Daardoor lijken hun bijdragen fundamenteel en wetenschappelijk. In deze lezing gebruik ik het verschijnsel ‘gepersonaliseerd leren’ als casus om na te denken over wat de specifieke bijdrage van de onderwijskunde is als het gaat om ‘beter onderwijs’ en hoe die zich verhoudt tot die van andere, nieuwere, disciplines. Dat vraagt om een bezinning op de manier waarop de onderwijskunde zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld. Ik pleit voor een onderwijskunde die zichzelf beter positioneert 1) door terug te gaan naar haar kern: het verbinden van micro-, meso- en macroperspectieven; 2) door haar praktijkgerichtheid beter te conceptualiseren, en zich daarbij niet te beperken tot het ontwerpen van instrumentele oplossingen; en 3) door te investeren in nieuwe methodologieën voor het ontwikkelen van concepten die het handelen van leraren en leerlingen helpen begrijpen en verbeteren. Met behulp van deze ingrediënten kom ik tot slot tot een onderwijskundige visie op gepersonaliseerd leren.

 

Monique Volman is hoogleraar Onderwijskunde bij de afdeling Pedagogische en Onderwijswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam. Zij is lid van de Sociaal-Wetenschappelijke Raad van de KNAW, boegbeeld van de route Jeugd in ontwikkeling, opvoeding en onderwijs van de Nationale Wetenschapsagenda en voorzitter van de PROO. In haar onderzoek staat de vraag centraal hoe scholen kunnen bijdragen aan betekenisvol leren voor een diverse groep leerlingen. Zij wil bruggen slaan tussen theorie, onderzoek en onderwijspraktijk en werkt nauw samen met leraren, schoolleiders en schoolbesturen, onder andere in de Werkplaats Onderwijsonderzoek Amsterdam, die zich richt op vraagstukken met betrekking tot diversiteit in de klas.

Onderzoek naar onderwijs

Prof. dr. Alexander Rinnooy Kan, Universiteitshoogleraar (Universiteit van Amsterdam)

DONDERDAG 14 JUNI 2018 | 13:30-14:30 uur (GR 0.100)

Het onderzoek naar onderwijs verdient beter door te klinken in het onderwijsbeleid en de daar lopende debatten te verlevendigen.

 

“Vergeleken met (bijvoorbeeld) economen zijn onderwijskundigen naar mijn indruk beperkt in beeld als het gaat om nieuwe voorstellen en nieuwe ideeën op hun beleidsterrein. Als die indruk inderdaad juist is, dan betreur ik dat. Er zijn onderdelen van onderwijsbeleid (bijvoorbeeld voorschoolse educatie, wijze en moment van selectie en segregatie) waar een brede inbreng van onderwijskundigen, die verder reikt dan de beoordeling van vigerende opvattingen, meer dan welkom zou zijn.”

 

Alexander Rinnooy Kan(1949) is lid van de Eerste Kamer en universiteitshoogleraar aan de UvA. Eerder was hij o.a. voorzitter van VNO-NCW en de SER, lid van de Raad van Bestuur van ING en rector van de EUR.

Children of Migrant and Refugee Background: Promising Directions for Research

Prof. dr. Linda Juang, Professor of Education (University of Potsdam)

DONDERDAG 14 JUNI 2018 | 13:30-14:30 uur (EOS 01.630)

Migration is a key aspect of diversity in many of our classrooms and communities. While migration is not a new phenomenon, in the past few years an unprecedented number of individuals have experienced forced migration. Notably, 51% are under the age of 18 (UNHCR, 2016), making migration a critical issue for child development in the 21st century. Although migration can afford opportunities and environments to thrive and develop new competencies, there remain significant risks for marginalization that disadvantage migrant and refugee youth. In my presentation I will discuss several promising ways forward in terms of what to emphasize in our research to address how best to promote positive development for newly arrived children and adolescents in the educational context.

 

Linda Juang is a Professor in the Department of Inclusive Education at the University of Potsdam, Germany. Using a mix of methodologies and an ecological systems framework, she studies how experiences of immigration relate to adolescents’ development and adjustment in school, family, and community contexts. Her work appears in journals such as Developmental Psychology and European Psychologist. Her research projects have been funded by the German Research Foundation, Humboldt Foundation, and the U.S. National Institute of Health. She is currently organizing an international scientific conference on Cultural Diversity, Migration, and Education to be held in Potsdam in August 2018.

BREKEN, SCHEIDEN EN NEMEN. Over onderwijsonderzoek

Prof. dr. Jan Bransen, Hoogleraar Filosofie van de gedragswetenschappen (Radboud Universiteit)

VRIJDAG 15 JUNI 2018 | 12:00-13:00 uur (GR 0.100)

Sociaal-wetenschappelijk onderzoek is een buitengewoon eigenaardige vorm van sociale interactie. Leg maar eens uit wat je als onderzoeker met mensen doet, zonder te verwijzen naar de verregaande arbeidsdeling die kenmerkend is voor onze hoogontwikkelde samenleving en de kennisketen die kenmerkend is voor onze kenniseconomie.

 

Ik zal in deze bijdrage echter betogen dat als het om onderwijsonderzoek gaat arbeidsdeling dubieus is en de kennisketen niet bestaat. Bijgevolg zal de onderwijsonderzoeker die over zichzelf nadenkt in een identiteitscrisis belanden. Dat is verdrietig, maar hard nodig.

 

De echte vergissing zit hem namelijk in de actieve en instrumentele interpretatie van wat het wil zeggen om een onderzoeker te zijn. Alsof het om het werkwoord onderzoeken gaat. En alsof dat een activiteit is die iets oplevert, namelijk kennis.

 

Een onderzoeker is echter iemand die de onderzoekende houding aanneemt. Meer is het niet. Metof in die onderzoekende houding doe je vervolgens je ding, wat dan ook. In de wereld van het onderwijs zul je dan bijvoorbeeld kunnen ‘breken’, ‘scheiden’, ‘nemen’, ‘kennen’, ‘bouwen’, ‘steunen’ of ‘vinden’. Dat zijn allemaal werkwoorden die goed samen gaan met het voorzetsel “onder”. Dat geldt, tussen mensen, echter niet voor de werkwoorden ‘zoeken’ en ‘wijzen’.

 

Jan Bransen is hoogleraar Filosofie van de gedragswetenschappen aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Hij heeft uitgebreid in het Engels gepubliceerd over kwesties als autonomie, persoonlijke identiteit, zelfkennis, liefde en praktische rationaliteit. De laatste jaren heeft hij zijn aandacht verlegd en schrijft sindsdien voornamelijk in het Nederlands en voor een breder publiek. Met Laat je niets wijsmaken. Over de macht van experts en de kracht van gezond verstand won hij in 2014 de Socrates wisselbeker voor het “meest urgente, oorspronkelijke en prikkelende” filosofieboek.
Momenteel werkt Jan Bransen aan een boek over vorming en vervorming in het onderwijs.

De domesticatie van de verbeelding 

Drs. Pieter Fannes, KULeuven

VRIJDAG 15 JUNI 2018 | 12:00-13:00 uur (EOS 01.630)

De aandacht voor creativiteit in het onderwijs neemt almaar toe. Deze toenemende focus gaat gepaard met angst: de angst dat creativiteit aan het verdwijnen is. De oorzaken worden gezocht in technologische veranderingen of omgevingsfactoren, maar bovenal in het onderwijs zelf: “Schools kill creativity”, zoals Ken Robinson het stelt. Waar komt deze opvatting vandaan? Hoe komt het dat creativiteit gedefinieerd is geraakt als een essentiële maar tegelijk kwetsbare menselijke eigenschap?

 

Die vragen kunnen enkel beantwoord worden door te kijken de geschiedenis van het concept zelf. Creativiteit is geen ontdekking van naoorlogse psychologen, overgenomen door pedagogen. Integendeel, het werd voor het eerst gebruikt binnen het onderwijs, meer bepaald door Amerikaanse Froebelonderwijzers in de late negentiende eeuw. Voor hen was het een term met religieuze boventonen, die verwees naar eenheid en naar het laten ontluiken van wat in essentie al in het kind zat. Het stimuleren van de creativiteit ging gepaard met een steeds fijnere indeling van de verbeelding en een bijhorende controle over het innerlijk leven van het kind. Die domesticatie staat op gespannen voet met het idee van creativiteit als een spontane energiebron, een spanning die tot op de dag van vandaag doorwerkt in het discours rond creativiteit.

 

Pieter Fannes is als doctorandus verbonden aan de onderzoekseenheid Educatie, Cultuur & Samenleving van de KULeuven. Hij werkt binnen een onderzoeksproject van de Vlaamse onderwijsvakbond COV aan een proefschrift over de geschiedenis van het concept creativiteit. Eerder schreef hij met Bart Vranckx, Marc Depaepe en Frank Simon het boek “Een kwarteeuw onderwijs in eigen beheer” (Acco, 2013). Naast zijn onderzoeksopdracht is hij ook actief als illustrator. Daarbij zoekt hij regelmatig de grenzen op tussen genres en kunstuitingen. Zijn laatste boek “Live. Jazzconcerten op papier” (Bries, 2018, met Yann Bagot) confronteert tekeningen met teksten over improvisatie en het creatieproces.